Interview

Marcel den Hollander, lector Circulaire Maakindustrie Hogeschool Rotterdam: “De onzin van het verspillen van materiaal, daar heb ik me altijd al over opgewonden.”

“Ik zeg niet tegen docenten: het moet allemaal anders, je hele vak moet op de schop. Nee, het grootste deel van je vak is absoluut relevant, maar je perspectief verschuift, waardoor je andere keuzes gaat maken.”

 

Pakweg een jaar geleden trad Marcel den Hollander aan als lector Circulaire Maakindustrie bij Hogeschool Rotterdam. Op 31 januari nodigt hij studenten, collega’s en mensen uit het bedrijfsleven uit voor zijn openbare les over circulair ontwerpen en deelt hij zijn gedachtegoed en toekomstplannen voor het lectoraat. Met lectoraat Circulaire Maakindustrie bij Hogeschool Rotterdam maakt ontwerper Marcel den Hollander de lijnen tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven korter.

 

In gesprek met de van oorsprong industrieel ontwerper, die al sinds het begin van zijn loopbaan in de jaren negentig circulariteit integraal onderdeel maakt van het ontwerpproces. “De onzin van het verspillen van materiaal, daar heb ik me altijd al over opgewonden.” Over de missie bij zijn relatief nieuwbakken werkgever is Marcel den Hollander duidelijk. Die is tweeledig. Met aan de ene kant: docenten onderdompelen in het circulaire gedachtegoed.

 

Vliegende start voor studenten
En aan de andere kant: met de opgedane kennis wil de nieuwe lector studenten helpen opleiden die het bedrijfsleven écht verder helpen met circulair ondernemen. “We willen dat ze een vliegende start maken. En een concrete bijdrage kunnen leveren aan het toepassen van de circulaire economie in het bedrijfsleven. Of het nu ontwerpers zijn, werktuigbouwkundigen of afgestudeerden bedrijfskunde of zorginnovatie, dat maakt niet uit. Het circulair denken en handelen moet haast intuïtief worden. Het lectoraat wil de transitie naar de circulaire economie versnellen.”

 

Lector vertelt honderduit over circulair ontwerpen
Om te zorgen dat het circulaire gedachtegoed overal zijn weg vindt binnen de hogeschool heeft Den Hollander het afgelopen jaar in lesblokken en presentaties bij de verschillende opleidingen honderduit verteld over het belang van waardebehoud van producten en materialen. Over verschillende circulaire ontwerpmethodes. Over het beschermen van een gezond verdienvermogen als je circulair wilt ondernemen. En over dat alle disciplines, zowel binnen de hogeschool als bij bedrijven, nodig zijn om circulair te produceren.

 

Soms nog een wolk van begrippen en mogelijkheden

Daarnaast doorlopen docenten van Hogeschool Rotterdam het CIRCO-programma, een landelijk lesprogramma dat gaat over circulair ontwerpen en ondernemen. Den Hollander: “Dit geeft docenten een basisbegrip, of juist de noodzakelijke praktische verdieping. Of meer overzicht, dat kan ook. Veel docenten zijn er goed mee bezig, maar circulariteit is vaak nog een wolk van begrippen en mogelijkheden.Het programma stelt docenten in staat het circulaire gedachtegoed gestructureerd en onderbouwd in hun eigen vakgebied te integreren.”

 

“Veel docenten zijn er goed mee bezig, maar circulariteit is vaak nog een wolk van begrippen en mogelijkheden.”

 

Interesse bij Hogeschool Rotterdam is enorm
Zijn afdronk na een jaar circulair zendingswerk bij de Hogeschool Rotterdam: binnen veel van de opleidingen is circulariteit gemiddeld genomen goed geland. Natuurlijk, bij de ene opleiding is circulariteit gemakkelijker op te pakken dan bij de andere. “Bij Industrieel Product Ontwerpen was het circulair denken al verder gevorderd. Bij Technische Bedrijfskunde was dat minder, maar ook daar is de interesse voor circulair ondernemen in het afgelopen jaar enorm gegroeid”, vertelt Marcel Den Hollander.

 

De filosofie van Den Hollander
Het feit dat Den Hollander zijn lectoraat Circulaire Maakindustrie – hij heeft er zelf Circular Design & Manufacturing van gemaakt: internationaal en met nadrukkelijk meer aandacht voor het ontwerpen dat aan het eigenlijke maken voorafgaat – binnen alle opleidingen van de hogeschool gemeengoed wil maken, zegt iets over zijn filosofie over circulair ontwerpen.

 

Al vanaf het begin van zijn carrière circulair denkend
Den Hollander studeerde in 1991 af als industrieel ontwerper aan de TU Delft en ging voor het gerenommeerde ontwerpbureau De La Haye Design aan de slag. Hij liep er al stage, en wilde er dolgraag blijven. Hij werkte voor grote internationale merken. Een kleine tien jaar later ging hij als zelfstandig ontwerper verder. Naar eigen zeggen was hij een van de eerste industrieel ontwerpers in Nederland die circulair wilde ontwerpen. “Begin jaren negentig lag dat nog niet zo voor de hand.”

 

“(..)wat zou je dan anders en beter moeten doen als het totale systeem in ogenschouw neemt, en niet enkel kijkt naar het produceren van het product?”

 

De procesanalyse is cruciaal
Essentieel in zijn ontwerpfilosofie is dat hij niet alleen kijkt naar het product, maar naar het hele systeem. “In het circulaire ontwerpproces maak je een procesanalyse. In die analyse kijk je naar plekken in het totale proces rondom een product waar je veel waarde vernietigt of impact hebt op milieu of biodiversiteit. Vervolgens is de vraag, wat zou je dan anders en beter moeten doen als het totale systeem in ogenschouw neemt, en niet enkel kijkt naar het produceren van het product?”

 

Pitchen voor een cosmeticabedrijf
Hij kan zich nog een serie pitches herinneren die hij als zelfstandig ontwerper begin jaren 90 deed voor een groot cosmeticabedrijf. Een compleet nieuwe verpakkingslijn was nodig. Zijn idee was om in te zetten op waardebehoud, en delen van de verpakkingen herbruikbaar te maken. Daarnaast wilde hij ook de samenstelling van de cosmeticaproducten aanpassen. “Wanneer je al het water uit een shampoo of een lotion zou halen, dan was er nog maar een miniverpakking nodig. Dat scheelt verpakkingsmateriaal. Bovendien, als je kijkt naar de supply chain, vermindert dat de transportkosten. Want tot dan toe was het cosmeticabedrijf vooral veel water van a naar b aan het vervoeren. Onnodig.”

 

“Je moet je realiseren dat je het niet alleen kan, als ontwerper. Je hebt alle disciplines van je bedrijf nodig.”

 

Alle disciplines zijn nodig
Marcel den Hollander wil maar zeggen: het ontwerpproces is niet enkel het domein van de ontwerper. “Je moet je realiseren dat je het niet alleen kan, als ontwerper. Je hebt alle disciplines van je bedrijf nodig. In het geval van het voorbeeld van het cosmeticabedrijf: de afdeling logistiek. Maar ook sales, marketing, bedrijfsvoering zijn noodzakelijke schakels.” Hij gaat verder: “Ik zeg ook vaak: een product is eigenlijk een stoplap. Als je een bepaald probleem als mens niet kunt oplossen door dingen slimmer te organiseren, maak je een product.” Den Hollander excuseert zich voor een mogelijk cliché: “We moeten niet alleen de dingen goed maken, maar vooral de goede dingen maken.” Met andere woorden, je kunt een fantastisch product ontwikkelen dat je efficiënt en met een lage milieubelasting kunt produceren, maar ‘in the end’ help je de circulaire economie geen steek verder als zo’n product op systeemniveau de dingen alleen maar erger maakt.

 

Circulair gedachtegoed fijn slijpen
Op deze systemische benadering van circulair ontwerpen bouwde Marcel den Hollander voort. Hij schreef er samen met anderen een boek over: ‘Products That Last’. Dat boek werd prompt een internationale leidraad voor hoe je circulaire producten ontwerpt voor circulaire businessmodellen. In 2018 ontwikkelde Den Hollander een eigen ontwerpmethodiek, ‘Design for Managing Obsolescence’, als promotieonderzoek. Essentieel hierin is om met verschillende disciplines binnen een bedrijf aan circulaire oplossingen te werken. Zo kwam hij in contact met Hogeschool Rotterdam, die een lector Circulaire Maakindustrie zocht. Gezien zijn achtergrond in het bedrijfsleven en zijn filosofie over circulair ontwerpen bleek dit een goede match.

 

Circulair ontwerpen op de hogeschool
“Ik vind het lectoraat bij Hogeschool Rotterdam heel belangrijk”, motiveert Den Hollander zijn keuze. “Het circulaire gedachtegoed bestaat al heel lang, al meer dan 10 jaar. Als ik zie hoeveel papers er over de circulaire economie worden gepubliceerd, dat aantal is enorm. En er wordt ook vaak enorm goed werk verricht op academisch niveau. Maar de vertaalslag naar het bedrijfsleven blijft helaas achter. Juist aan die vertaalslag is groeiend behoefte. Ik wil weten waar barrières liggen die maken dat bedrijven nog niet met circulaire ontwerpen en businessmodellen aan de slag gaan. Ook wil ik weten wat voor soort professionals wij als hogeschool moeten afleveren om die barrières te slechten.

 

“De lijnen tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven moeten korter.”

 

Openbare les
Ook zijn openbare les die Hogeschool Rotterdam op 31 januari organiseert, is daar een aanzet toe. Iedereen is welkom, iedereen die de intentie heeft om met circulair ontwerpen aan de slag te gaan. De lesdag markeert voor Den Hollander ook het startpunt om, nu een deel van het docentencorps circulair is geëquipeerd, als Hogeschool Rotterdam nadrukkelijk de samenwerking met bedrijven uit de regio aan te gaan. Den Hollander beveelt een aanmelding voor de open lesdag dan ook van harte aan.

 

PS: die pitch uiteindelijk gewonnen?
Nog even over de pitch voor het cosmeticabedrijf; die won hij niet. Wellicht was het idee te vooruitstrevend, wellicht durfde het grote bedrijf het niet met deze circulaire éénpitter niet aan. Het blijft gissen voor Marcel den Hollander. Grappig genoeg ziet hij, bijna vijfentwintig jaar na zijn oorspronkelijke productvoorstel, steeds meer microverpakkingen in de schappen verschijnen, van sterk geconcentreerde producten waar je thuis alleen nog maar het water aan hoeft toe te voegen.