Interview

Harald Tepper, Stichting Circulaire Maakindustrie & TU Delft: “Nederlandse machinebouw heeft vooral baat bij een gerichte componentenaanpak”

“Circulaire economie is complex en allesomvattend”, zegt Harald Tepper. Hij is voorzitter van de stichting Circulaire Maakindustrie en voorzitter van het productteam Routekaart Machinebouw. Dit doet hij naast een functie als Decaan Industrieel Ontwerp aan de TU Delft. De ‘Routekaart Circulaire en Weerbare Machinebouw’ ontwikkelt Tepper samen met een kernteam van experts uit het veld. Hoe staat het ervoor met deze routekaart en wat heeft de gemiddelde ondernemer in deze branche eraan?

 

 

“Verschillende agenda’s en routekaarten zijn nodig om de uitdagingen per productgroep aan te kunnen gaan.”

 

 

“Circulariteit betekent voor de ene onderneming iets heel anders dan voor de andere”, zegt Harald Tepper, tot voor kort hoofd Circulaire Economie en EcoDesign bij Philips. “Zelfs binnen een organisatie zijn de verschillen groot. Wanneer ik naar Philips kijk, zie ik bijvoorbeeld dat circulariteit voor medische apparatuur iets heel anders betekent dan voor een elektrische tandenborstel. Bij de eerste productgroep gaat het vooral om terugname, modulair ontwerp en refurbishment, bij de tweede om eco-design met een zo laag mogelijk gebruik van niet-duurzame grondstoffen.”

 

Vandaar ook de verschillende agenda’s en routekaarten die per productgroep worden ontwikkeld binnen de maakindustrie. In februari ging een kernteam aan de slag met de routekaart voor machinebouw, bestaande uit experts uit het veld, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

 

 

“Permanente magneten behouden is belangrijk, maar ook andere machineonderdelen hebben baat bij circulariteit”

 

 

Inzicht in de impact per element voor een passende strategie

“In de startnotitie van het ministerie kregen we een duidelijk focuspunt mee voor de routekaart”, vertelt Tepper: “De permanente magneten die in veel machinemotoren verwerkt zijn.” Vanuit de Nationale Grondstoffenstrategie, die gericht is op een grotere autonomie op het vlak van kritieke, ofwel zeldzame materialen, vindt Tepper die focus goed te begrijpen. “We hebben dan ook eerst in beeld gebracht hoe het op dit moment gesteld is met het hergebruik van permanente magneten.” Vanwege de kritieke materialen die erin zitten, zou je aan het eind van de gebruiksduur van de machine de magneten willen behouden voor een volgend gebruik. Dit is tegenwoordig technologisch mogelijk, via her-magnetisatie of recycling, maar dat gebeurt doorgaans buiten Europa, in China en de Verenigde Staten. Het zou verstandig zijn om ook in Europa deze capaciteit op te bouwen, vindt Tepper.

 

Na deze eerste analyse is de kerngroep bewust uitgezoomd, zoals Tepper het omschrijft. “Niet iedere machinemotor bevat permanente magneten. Bovendien kunnen andere machineonderdelen ook baat hebben bij circulariteit, vanwege hun milieu-impact, kostenbesparingen, of betere waarde voor de klant.”  De focus van de werkgroep verbreedde zich daarom naar drie basiselementen die in principe in elke machine terugkomen: de aandrijving van de machine (motoren), de constructie en ophanging en de digitale componenten (voor aansturing). Tepper: “Voor ieder van deze elementen verschilt de impact en dus ook de circulaire strategieën die het meeste opleveren.”

 

 

“Ondernemers zien de effecten van schaarste, maar kunnen er moeilijk op sturen”

 

 

Knelpunten en kansen volgens de branche als startpunt

In een drietal stakeholdersessies die tot dusverre zijn gehouden met brancheverenigingen, kennisinstellingen en ondernemers, kwam naar voren dat de schaarste van ruwe grondstoffen voor veel ondernemers ver weg in de keten ligt. “Ze zien de effecten van schaarste wel, maar kunnen er moeilijk op sturen”, stelt Tepper. “Nederland is een assemblageland. Vaak werken machinebouwers met componenten en onderdelen, niet met ruwe grondstoffen. Voor hen zit de zorg dan ook veel meer in de beschikbaarheid van kritieke componenten van hun machines. Verstoringen van de toeleveringsketen, zoals bij de blokkade van het Suezkanaal, of van de Straat van Hormuz, vormen een bron van zorg. Veel ondernemers hebben nog onvoldoende zicht voor welke componenten ze het meest kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld door de afhankelijkheid van één leverancier.” Het productteam adviseert om, als een van de oplossingen, met een gerichte componentenaanpak te komen. Electromotoren kunnen daarvoor als eerste pilot dienen.

 

Op basis van gesprekken met de branche, maakte de kerngroep een analyse van de verschillende knelpunten en kansen en zette vervolgens verschillende knoppen om aan te draaien op een rij. Tepper somt ze op:

 

  • Circulair ontwerp
  • Circulaire inkoop en leveranciersmanagement
  • Levensduurverlenging, inclusief onderhoud en servicemodellen
  • Refurbishment en hergebruik na einde van de gebruiksduur

 

Digitalisering en circulaire bedrijfsstrategieën zijn ondersteunend voor al deze punten. Daarnaast zal in de routekaart worden geadviseerd om, naar goed voorbeeld van het Circular Semicon-programma in Brabant, in gerichte marktprogramma’s met ketens aan het werk te gaan én om een aparte componentenaanpak te starten voor elektromotoren met permanente magneten.

 

 

“Elektromotoren kunnen als eerste pilot dienen voor een gerichte componentenaanpak”

 

 

Een gelijk speelveld als investeringsvoorwaarde

Waar het draaien aan deze knoppen direct zichtbare waarde oplevert, gebeurt er al een heleboel in de markt, stelt Tepper vast. Maar vooral in de keten is veel meer mogelijk, zegt hij. “Dat vraagt om onderling vertrouwen. Individuele bedrijven moeten data willen en durven delen, om samen tot een beter resultaat te komen. Marktbrede opschaling van een meer circulaire werkwijze moet vaak komen vanuit normstelling. Waar een paar voorlopers het wiel uitvinden, kan standaardisatie via normen en regels het hele veld veranderen. Om te investeren, stellen ondernemers vaak een gelijk speelveld als voorwaarde. Daarom gebeurt er te weinig, zonder externe impuls. ‘Waarom zou ik werk maken van circulariteit als de rest niet meedoet?’, is dan toch vaak de achterliggende gedachte.”

 

Circulariteit alleen vanuit de motivatie dat het beter is voor de planeet is tot dusverre onvoldoende gebleken, merkt Tepper. “Waar ondernemers wél allemaal op aangaan is dat meer doen met minder materiaal ook economisch gewoon een goed idee is. Voor slim materiaalgebruik is iedere ondernemer te porren.”

 

 

“Waar een paar voorlopers het wiel uitvinden, kan standaardisatie via normen en regels het hele veld veranderen”

 

 

Politiek maakt circulariteit mede mogelijk

Gevraagd naar wat ondernemers tot dusverre tegenhoudt om (meer) circulaire stappen te zetten, wordt vaak wet- en regelgeving genoemd, of (overheids)investeringen om vroege innovaties te helpen. Om die reden is het van belang dat het ministerie meekijkt bij de ontwikkeling van de routekaarten. Tepper: “EZK is bezig met een nieuw industriebeleid. De inzichten en ervaringen die nu komen bovendrijven, kunnen daarin worden meegenomen. Uiteindelijk is het natuurlijk toch aan de politiek, landelijk of via de Europese Unie, om circulariteit mede mogelijk te maken.”

 

Ook in het creëren van vraag naar circulaire producten speelt de overheid een belangrijke rol, benadrukt Tepper. “De overheid is een grote inkoper, met circulaire ambities. Zij kan de markt een impuls geven door circulariteit als voorwaarde mee te nemen in tenders en aanbestedingen.”

 

 

Routekaart versie 1.0 als aanjager

Terug naar de routekaart. In november wordt de routekaart voor de machinebouw gepubliceerd op deze website, waar de stichting Circulaire Maakindustrie alle routekaarten bij elkaar brengt. “Die routekaart zien we echt als een versie 1.0: een aanjager, niet een eindpunt”, zegt Tepper. “We hopen dat er daardoor een beweging op gang komt waarin ondernemers elkaar weten te vinden voor concrete projecten.”

 

De Stichting CMI zal daartoe nadrukkelijk de kansen en mogelijkheden onder de aandacht brengen van de duizenden ondernemers uit haar achterban. Ook in de afzonderlijke provincies zal extra aandacht besteed worden aan de routekaart, toegespitst op de machinebouwers in de regio.

 

 

“We hopen dat er een beweging op gang komt waarin ondernemers elkaar weten te vinden voor concrete projecten”

 

 

Verdere concretisering met de sector is nodig

Het circulaire gedachtegoed begint al wat te borrelen, ziet Tepper, maar hij begrijpt ook dat veel ondernemers het denken over circulariteit nog abstract vinden. “Door de grote onderlinge verschillen zijn de doelstellingen nog niet goed te vertalen naar concrete percentages en cijfers. De komende twee tot drie jaar zullen we dat met de sector verder moeten concretiseren. De komende maanden staat de vraag nog open: wie wil daarbij aanhaken?”

 

Ook als de routekaart er eenmaal ligt, gaat er nog coördinatie nodig zijn op het vervolg, voorspelt de stichtingsvoorzitter. Zowel binnen de branche, alsook met de circulaire stappen die de andere productgroepen zetten. “Circonnect en Stichting CMI werken hierin samen door regelmatig te monitoren en te delen wat er in de gehele maakindustrie gebeurt op dit vlak. Zo voorkom je dat iedereen zelf het wiel moet uitvinden en vermijd je dubbel onderzoek.”

 

Tepper gelooft in de routekaart-aanpak, zegt hij. “Nogmaals: de opgave is complex, maar de routekaarten maken concreet wat er moet gebeuren voor gerichte groepen bedrijven. We zijn op de goede weg.”

 

Meer weten? Bekijk de Routekaartpagina Machinebouw.