Interview

Professor Katrien Termeer: “Begin diepgaand en klein en verbreed van daaruit”

Fotograaf: Christiaan Krouwels

 

Om grote, complexe vraagstukken op te lossen, kun je soms beter kleine, betekenisvolle stapjes zetten. Dat, in een notendop, is de kern van de Small Wins Approach. Op verzoek van de overheid werkte Katrien Termeer, hoogleraar bedrijfskunde aan de WUR en Kroonlid van de SER, deze aanpak verder uit om de circulaire transitie te helpen versnellen. Tijdens onze Kennisbijeenkomst Transitieaanpakken vertelde Katrien over haar adviezen aan overheden en gesprekken met ondernemers.

 

 

“Ondernemers die aan een small win werken, beseffen ze vaak, als ze echt kritisch kijken, dat het een stuk radicaler mag.”

 

Waar komt de Small Wins aanpak vandaan?

“In de jaren tachtig beschreef bedrijfskundige Karl Weick deze voor het eerst in een paper. Ik heb de insteek verder uitgewerkt om de overheid een alternatief aan te reiken voor een lineaire manier van sturen. De circulaire economie laat zich namelijk niet plannen. De Small Wins aanpak is dus niet zozeer ontwikkeld vanuit de producent, maar vanuit de vraag of een transitie zich überhaupt door de overheid laat sturen. Die uitwerking geeft inzicht in wat werkt en wat niet. Daar hebben alle spelers wat aan, ook de maakindustrie.”

 

Deze aanpak is met name geschikt voor grote vraagstukken. Past het daarom goed in het denken over circulaire economie?

“Precies. Ook de circulaire transitie is een zogenoemd wicked problem: er zijn veel verschillende partijen bij betrokken, met verschillende normen. Op systeemniveau zijn deze partijen met elkaar verbonden, waarbij ieder probleem een symptoom is van een ander probleem op een andere schaal. Soms is de oplossing van vandaag het probleem van morgen. Dus het is nooit ‘af’, je bent nooit klaar.”

 

Klinkt als een complexe kluwen. Hoe ontwar je die?

“Dat kan op drie niveaus. Om te beginnen kun je dingen verbeteren: hetzelfde doen, maar op een andere manier. Verstrekkender is het om een transitie op gang te brengen, door nieuwe technologie in te brengen en onderliggende structuren en culturen te veranderen. Maar voor een echte transformatie zijn radicaal nieuwe waarden en instituties nodig. Dat is wat ook de circulaire transitie beoogt: totaal andere manieren van werken, met nieuwe relaties en nieuwe identiteiten van spelers in de markt.”

 

En dat kan alleen in kleine stapjes?

“Het grote dilemma met transities is dat ze zowel diepgaand zijn, als systeembreed. En dat we willen dat het snel gebeurt. Maar dat kán helemaal niet alle drie tegelijkertijd! De Small Wins aanpak bepleit: begin diepgaand en klein, en verbreed van daaruit. Uiteindelijk is dat ook sneller dan alles in één keer proberen om te gooien, want dat is gedoemd te mislukken.”

 

Heeft u praktijkvoorbeelden van effectieve small wins als het gaat om circulariteit?

“Ik zie Kipster als een mooi voorbeeld: de kippenboer die kippen voert met reststromen uit de regio. Dat is echt radicaal vernieuwend en kort geleden is het concept in de Verenigde Staten overgenomen; de aanpak breidt zich geleidelijk uit. Dat geldt ook voor de Repair Café’s. Daarvan zijn er inmiddels 1650 in 35 landen. Small wins hoeven overigens niet altijd bij nieuwkomers op de markt vandaan te komen. Ook het moeten betalen voor plastic tasjes is een voorbeeld van een small win. Terwijl deze door gevestigde spelers is geÏntroduceerd.”

 

Wat maakt een initiatief tot een small win?

“Het gaat bij small wins echt om radicaal nieuwe inzichten of waarden, met tastbare resultaten voor de direct betrokkenen. Na lezingen spreek ik vaak met ondernemers die vinden dat zij bezig zijn met een small win. Maar daar moet je als ondernemer kritisch op zijn. Als het eigenlijk oude wijn is in nieuwe zakken, dan bouw je nieuwe lock ins in; dan blijf je alsnog vastzitten in het bestaande systeem.”

 

Hoe voorkom je dat als ondernemer? Kun je vooraf weten of iets een small win is?

“Als ik ondernemers hierop bevraag, merken ze vaak dat ze hun vernieuwing nog net wat spannender moeten maken. Het idee van product as a service, bijvoorbeeld: geen wasmachines verkopen, maar wasbeurten. Of geen tapijt verkopen maar letterlijk vloerbedekking, waarbij de leverancier eigenaar blijft van het product. Dat is radicaal vernieuwend. Daarbij ontstaat ook wrijving, omdat het niet in bestaande systemen past. We zijn gewend producten af te schrijven: hoe moet dat dan in zo’n nieuwe marktverhouding? Juist aan die wrijving herken je dat het gaat om een omslag in denken en dat je op het spoor zit naar een echte transitie.”

 

Wat is het voordeel van een dergelijke benadering?

“Door kleine stappen te zetten ga je meer de diepte in, met blijvende scherpte. Het voorkomt verlamming. Het gaat uiteindelijk ook sneller, omdat kleine stappen behapbaarder zijn. Terwijl radicale stappen wel systeembreed resoneren. Kijk maar om je heen: je ziet dat er steeds meer verandert. Daar zijn kleine initiatieven voor nodig geweest. En dat blijft ook zo.”

 

Hoe kom je uiteindelijk van die kleine betekenisvolle stapjes terecht bij de beoogde transitie?

“Dat kan door te verspreiden, te verdiepen en te verbreden. Vaak zie je dat initiatieven aanhaken op andere maatschappelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld door te gaan werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zo sla je meerdere vliegen in één klap, ben je impactvoller en ontstaan er nieuwe kansen. Ook de circulaire economie verhoudt zich tot andere transitieproblemen, zoals energiearmoede en stijgende gasprijzen. Wanneer je die kunt adresseren in je initiatief, ben je echt vernieuwend bezig.”

 

 

“De overheid moet beter gaan kijken en luisteren naar wat nodig is. Bedrijven kunnen het niet alleen; vaak is de overheid echt nodig om barrières weg te nemen.”

 

 

Hoe kan de overheid ondernemers helpen?

“Als ik aan ondernemers die bezig zijn met de circulaire transitie vraag wat ze nodig hebben voor versnelling en verdieping, dan is het eerste antwoord vaak: ‘Ons initiatief is wel bekend bij de overheid, maar ze doen er niks mee.’ Mijn advies aan overheden is dus ook altijd: ga kijken wat er gebeurt en ga met ondernemers in gesprek over wat ze nodig hebben. Dat is vaak veel specifieker dan een podium, of geld. Vaak moeten er barrières in regelgeving worden weggenomen, bijvoorbeeld. Daarbij is het belangrijk dat ook overheden over de randen van hun eigen afdelingen heen leren kijken.”

 

In je presentatie tijdens onze kennisbijeenkomst liet je een schema zien met effectieve en contraproductieve overheidsinterventies. Kunnen ondernemers daar ook hun voordeel mee doen?

“Zeker. Het is een inventarisatie van aanjaagmechanismen die de overheid inzet of in zou kunnen zetten. Daarbij geef ik meteen de do’s en don’ts aan uit de praktijk. Wanneer beide partijen zich bewust zijn van wat werkt en wat niet, kun je doodlopende wegen vermijden of ze sneller herkennen, mocht je in een samenwerking toch weer in oude groeven schieten.”

 

Dus ook hier geldt: grote veranderingen bereik je door samen kleine stappen te zetten?

“Exact. Er is een meer bescheiden, maar betrokken houding nodig. Van alle partijen.”

Figuur 1: Schema met effectieve en contraproductieve overheidsinterventies