Case

Schelde Exotech - Refurbishment

Dure warmtewisselaars die zonder pardon bij het oud ijzer belanden. Daar valt veel meer uit te halen, volgens Jos Mols, managing director Schelde Exotech: “Door refurbishment krijg je een zo goed als nieuw apparaat terug voor veel lagere kosten”. Remanufacturing en refurbishment maken nu 5 tot 10% uit van de omzet van het bedrijf.

 

“Een nieuwe warmtewisselaar kost €130.000. Een simpele reparatie kost €40.000. Refurbishment, waarbij je hem zo goed als nieuw terugkrijgt, €70.000.”

 

Wat is de circulaire stap die jullie gemaakt hebben?

Jos: “Het startte met bewustwording bij ons, wat is de circulaire economie en welke rol kunnen wij spelen. De CIRCO-track waar we aan meededen zette ons aan het denken. Het gaat over het vasthouden van de waarde van apparaten. We ontdekten dat we al een aantal refurbishment projecten hadden gedaan. Met een presentatie zijn we toen een aantal klanten afgegaan om te laten zien wat er allemaal mogelijk is. Je hoeft een oud apparaat niet altijd weg te gooien, je moet kijken of je er nog wat anders mee kan doen. Toen is de bal gaan rollen.

 

We krijgen apparaten binnen om de conditie te testen, bijvoorbeeld een warmtewisselaar. Als hij te slecht is, dan keuren we hem af en adviseren we een nieuwe te kopen. Als tweede mogelijkheid is er de optie voor een simpele reparatie. Laatste mogelijkheid is refurbishment, als de romp nog helemaal goed is dan doe je er nieuwe pijpen in en neem je de reparaties meteen mee. Voordeel is dat je dan een zo goed als nieuw apparaat terugkrijgt.”

 

“Klanten reageren in het algemeen positief, vooral als je met mensen van maintenance praat.”

 

Wat is de grootste winst?

Jos: “Het is een win-win voor ons en de klant. Zij verdienen er geld aan omdat het minder duur is dan een heel nieuw apparaat kopen. Bovendien draagt het bij aan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. En wij krijgen werk binnen dat, als het over een nieuw apparaat gaat, misschien naar een concurrent was gegaan. Bovendien verdienen we met refurbishment over het algemeen meer dan met nieuwbouw.”

 

”We hebben bij refurbishment-projecten veel minder concurrentie, omdat het over het algemeen complexer is dan nieuwbouw.”

 

Wat is de grootste uitdaging?

Jos: “De meeste apparatuur die wij remanufacturen of refurbishen zijn vergunningsplichtig. Je moet daarom de goede contacten hebben en je moet weten waar je het over hebt, want de vergunning moet natuurlijk intact blijven. Dat is ook waar een deel van onze kracht in zit, omdat wij daar veel kennis en kunde in hebben.

 

Als je een apparaat hebt van tien jaar oud en die ga je verbouwen, dan moet je opnieuw bewijzen dat je voldoet aan alle huidige vergunningseisen. We helpen de klant hiermee. Dan heb je natuurlijk ook een veel grotere interactie met de klant en krijg je een betere relatie. Klanten komen soms naar ons met hun probleem en dan reageren we erop en doen voorstellen. Zou je het niet zo en zo doen, want dat lijkt ons beter.”

 

“Als een bedrijf iets doet aan zijn apparatuur en de overheid zegt, je voldoet niet meer aan de vergunning en je moet uit bedrijf, dan is dat natuurlijk best wel gevaarlijk.”

 

Welke circulaire stappen staan op de planning?

Jos: “De mensen die je voor refurbishment inzet hebben andere ervaring, kennis en kunde dan mensen die in nieuwbouw zitten. Het is iets vuiler werk en er staat in het algemeen een iets hogere werkdruk op. We zijn daarom aan het denken om er een aparte afdeling voor te maken.”